titlesspecial2 
http://www.pictura-groningen.nl/?MinneNijd&mid=65&actie=
 
  Exhibition 'MinneNijd: Kunst ontmoet wetenschap'

   As part of the farewell event around the theme 'Minnenijd' on 6 September of  Abraham Buunk of the University of Groningen,   

   the theme 'Jealousy in love'  was illustrated by the

   exhibition in the Kunstlievend Genootschap

   Pictura in Groningen. 15 contemporary artists 

   created works especially for this occasion. 

   Click on the image to visit the webpage of the  

   Kunstlievend Genootschap Pictura.

   See 'Bram Buunk on Lover's Envy' (in Dutch)on 

   the online video magazine of the University of

   Groningen.

Farewell on 6 September 2012

(text of the Invitation by the dean of the Faculty of Social and Behavourial Science)

brambuunken_facinvweb_100

"On Thursday 6 September 2012, the day that he reaches

the age of 65 years, prof. dr. Bram Buunk will say farewell

to the Faculty of Behavioral and Social Sciences.

After first being a member of our faculty from 1971 to 1975,

he returned in 1990 as chair and professor in social psychology.

Over the past 22 years Bram has worked with very great devotion

and productivity on his research, on supervising over 50 PhD students,

on managerial tasks, on teaching, and on popularizing science.

To look back at his career, a series of events have been organized under the title

MinneNijd: Art meets science. These events will take place on 6 September 2012."

The farewell event included a lecture by Abraham Buunk,. a tour and buffet in the Groningen Mueseum, as well as the presentation of a cd Celos en el amor to which Abraham contributed.


 

logo-minnenijd_uitnodiging-check-in


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op zoek naar sporen van ‘el sabio’ Darwin

 

Sinds een aantal jaren kom ik regelmatig in Uruguay, en sinds vorig jaar ben ik verbonden aan de Universidad Catolica in Montevideo. Pas onlangs realiseerde ik me dat Darwin tijdens zijn reis met de Beagle ook Uruguay heeft aangedaan. Sterker nog, Darwin bleek geruime tijd te hebben verbleven vlakbij Piriapolis, onze verblijfplaats aldaar. Dat maakte nieuwsgierig. In overleg met de VPRO hebben mijn vrouw Yvonne en ik in het kader van het Beagle 2009 project, in januari 2009 de reizen van Darwin in Uruguay, zo precies mogelijk geprobeerd na te reizen. We hebben getracht alle plekken waar ‘el sabio’ (de geleerde) Darwin in Uruguay is geweest te bezoeken, en alle herkenbare sporen van zijn reizen te ontdekken.

Dat was een heel avontuur. Er is geen enkele reisgids waarin de reizen beschreven staan, of waarin vermeld staat waar je gedenktekens voor Darwin kunt vinden. Aanvankelijk wisten we niet eens dat dit soort gedenktekens überhaupt bestonden. Alleen dankzij onze contacten in Uruguay, het nodige geluk, en heel, heel veel, rondvragen zijn we er in geslaagd per auto Darwins tochten te paard na te reizen en, voor zover we weten, alle zichtbare herinneringen aan Darwins reis te ontdekken.

Uruguay is de naam van een rivier die in de Indianentaal Guarani ´rivier van grote slakken´ betekent. De laatste oorspronkelijke bewoners zijn niet lang voor Darwin’s komst op verraderlijke wijze uitgemoord, zij het dat een aantal vrouwen en kinderen de slachting heeft overleefd. Een aantal bewoners van Uruguay stamt nog van hen af, al wordt dat om politieke redenen vaak slechts mondjesmaat erkend.

Het land heet officieel Republica Oriental del Uruguay (Republiek ten Oosten van de Uruguay). In verwijzingen naar Darwins reis met de Beagle, zal je zelden iets tegenkomen over Uruguay. In het algemeen zal je zelden iets lezen over dit Zuid Amerikaanse land. Wanneer je de naam Uruguay laat vallen, denken mensen meestal aan het land waar ‘al die Nazi’s’ zitten, en inderdaad, de naam Paraguay heeft wel iets gemeen met die van Uruguay. Of ze denken aan Ecuador. Ook het woord Uruguay wordt vaak op een vreemde manier uitgesproken, zoals Oeroekwee. En de hoofdstad Montevideo wordt in Nederland meestal, ook na vriendelijke correctie, hardnekkig aangeduid als Monte–vídeo als ging het om een op een berg gelegen video winkel.

De geringe bekendheid van Darwins verblijf in Uruguay is tekenend voor dit land waarvan de inwoners nog vaak een innemende en charmante bescheidenheid aan de dag leggen, maar ook niet bruisen van de ambities. Men begrijpt eigenlijk niet goed wat een buitenlander er te zoeken heeft, behalve dan het prestigieuze internationale resort Punta del Este. Het is ook één van de veiligste landen van Latijns Amerika, met relatief geringe verschillen tussen arm en rijk. Ooit was het één van de rijkste landen van de wereld, ten gevolge waarvan het nu wordt gekenmerkt door alomtegenwoordige vergane glorie die een aangenaam gevoel van nostalgie oproept.

Uruguay heeft een subtropisch klimaat, met een meestal heel droge, heldere lucht, Het land bestaat overwegend uit een glooiend prairie landschap, waar vooral veel koeien grazen, maar ook tuinbouw en akkerbouw plaatsvindt. Her en der zijn wat – ruige en fraaie – bergen, met name in de buurt van Piriapolis en Minas, maar deze zijn nooit hoger dan 500 meter. Flora en fauna zijn minder spectaculair dan in tropische landen, maar wel heel gevarieerd en interessant.

Rovers, een geheime liefde en een capibara in Montevideo

 

Op 26 juli 1832 ging de Beagle in Montevideo voor anker, en het schip heeft daar lang en vaak gelegen. Darwin is in totaal 7 keer in Montevideo geweest, waar hij meer tijd doorbracht dan in enige andere stad in Zuid Amerika. Wat hij daar precies deed, is met raadselen omgeven. Hij ging naar het theater, en was zeer gecharmeerd van de vrouwen. Had hij daar als jonge man misschien een geheime liefde? Waarom schrijft hij anders vrijwel niets over zijn verblijf in Montevideo? Wat had hij anders te zoeken in deze toen belegerde stad, met dieven en rovers waarvan volgens Darwin de wachtposten die hun gezag misbruikten het allerergste waren?

Hoewel veel dingen in Uruguay op ons nog dezelfde indruk maken als ze deden op Darwin, is Montevideo drastisch veranderd sinds Darwins verblijf. Het is een relaxte, relatief veilige stad, met nog veel mooie koloniale huizen, door bomen omzoomde straten, en tal van zandstranden aan de Rio de la Plata. In de nu wat vervallen en verlaten ciudad vieja (oude binnenstad) moet Darwin verbleven hebben..

We lopen langs fraaie Spaansachtige huizen, sommige wat desolaat, andere mooi gerestaureerd, we komen leuke galerietjes tegen, we zien souvenirwinkels met een eindeloze varieteit van producten van leer en koeiehoorn, we zien een winkel met de groenten en het fruit uitnodigend buiten uitgestald, en we drinken koffie in een barretje dat er nog simpel uitziet zoals het er in de tijd van Darwin moet hebben uitgezien - een toog, een stenen vloer, en wat rommelige houten tafeltjes en stoeltjes.

We wandelen ’s avonds over de eindeloze – 20 kilometer lange - Rambla langs de Rio de la Plata. Deze brede rivier kon Darwin niet bekoren; hij vond het maar modderig water, zonder pracht of schoonheid. Inderdaad heeft de rivier een donkerbruine kleur, die niet altijd even vrolijk overkomt..

Montevideo is een grote stad; bijna de helft van de inwoners van Uruguay woont er. Het is bijna niet meer voor te stellen dat Darwin hier een capibara schoot, het grootste knaagdier ter wereld dat alleen in Zuid Amerika voorkomt. Het door Darwin geschoten exemplaar mat een meter tien, en woog bijna 50 kilo. In Darwins tijd waren de capibara’s door heel Uruguay talrijk, maar nu zijn ze geleidelijk naar het noorden verdreven. Zover zijn wij niet geweest, en we moeten het doen met een hele groep capibara’s in de Reserva de Fauna y Flora in Piriapolis, opgericht om de inheemse fauna van Uruguay te herbergen. Darwin had gelijk: de beesten lijken uit de verte een beetje op wilde zwijnen. Ze hebben ook wel iets van reeën, maar van dichtbij kun je ze niet goed plaatsen.

brambuunk25

Fascinerend vinden we ze wel, deze wel erg groot  uitgevallen cavia’s wanneer ze op hun hurken gaan zitten en wat lodderig om zich heen kijken. Ze leven bij het water, en grazen vaak op de in Uruguay alomtegenwoordige grasvlaktes. Nog steeds zijn ze net zo tam als Darwin ze beschreef; ze waren volgens hem zo geworden - geëvolueerd, zou je nu natuurlijk zeggen - omdat de jaguar enige jaren verdreven was en de gaucho’s het niet de moeite vonden op hen te jagen. Het viel Darwin op dat dit grote knaagdier alleen in Zuid Amerika voorkwam, net als andere grote diersoorten zoals de toxodon. Dat kon geen toeval zijn, zo meende hij.

Er is nog een groot zoogdier dat in Darwin’s tijd alomtegenwoordig was in Montevideo: het paard. Dat is nu verdreven door de auto, maar wel horen we regelmatig hoefgetrappel, en zien we mannen met paard en wagen de vuilnis ophalen. Het zijn kleine wagentjes, waaraan met veel kunst- en vliegwerk tal van plastic zakken vol afval zijn vastgemaakt.

De badkuip en pizzeria van Darwin in Maldonado

De eerste berichten van Darwin over Uruguay betreffen Maldonado, een plaatsje gelegen daar waar de Rio de la Plata overgaat in de Atlantische Oceaan, ongeveer 130 kilometer ten oosten van Montevideo. Hij kwam daar terecht in mei 1833, en is er twee maanden gebleven. Daarmee is Maldonado één van de belangrijkste Darwin locaties in Uruguay.

brambuunk31

Wij rijden Maldonado binnen, met aan onze rechterhand de zee, en aan onze linkerhand de luxe villa’s en apartementen van Punta del Este, het resort waardoor Maldonado omsloten en omarmd is geraakt. De duinen die Darwin verkende zijn nu deels bebouwd, maar ten noorden en ten zuiden van Maldonado en Punta zijn nog schitterende ongerepte duinen te vinden.

In de tijd van Darwin bestond Maldonado nog maar kort – sinds 1759 -, en Darwin beschrijft het als een heel stil en troosteloos plaatsje. Er was nauwelijks handel, en de omgeving was nog maar weinig ontgonnen. Het is nu zeker geen wereldstad, overschaduwd als het is door Punta del Este. Maar Maldonado heeft nog steeds de charme van een klein Zuid Amerikaans plaatsje, met een door bomen overschaduwde centrale plaza, met overwegend koloniale laagbouw, en met een aantal interessante historische gebouwen die er in Darwin’s tijd ook al stonden. Daaronder bevindt zich de Cuartel de Dragones, een oude kazerne opgetrokken in de karakteristieke locale rood-gele natuursteen. In de ruime binnenplaats staat een standbeeld van de Uruguayaanse Generaal José Gervasio Artigas, de gevierde onafhankelijksstrijder, die hier zijn kwartier maakte.

Het oudste gebouw van Maldonado is een fraai, roze koloniaal pand met twee weelderig begroeide patio’s, waarin nu het Museo Regional Francisco Manzoni is gevestigd. We gaan er naar binnen – de toegang is gratis – en dan, na de slaapkamer en woonkamer van de laatste eigenaar te hebben bekeken, bevinden we ons opeens in de Sala Carlos Darwin, aangekondigd met een bord waarboven een kaakbot is bevestigd. Het is een kleine kamer met uitzicht op een patio. Daar staan we oog in oog met foto’s van ‘el sabio’, en aanschouwen we een vitrine met fossielen en schelpen. Maar het pronkstuk is de badkuip die Darwin gebruikt zou hebben. De vriendelijke vrouw die ons rondleidt vertelt eerlijk dat het laatste niet zeker is, maar dat het wel een badkuip is uit die tijd. We vertellen over onze interesse in Darwin. ‘O, maar dan moet u zeker naar het aandenken aan Darwin op de muur van de pizzeria, op de hoek van Sarandi en Florida’.

Onze volgende stop is de bewuste pizzeria. Wij kijken elkaar beschroomd aan: wij die op zoek zijn naar alle sporen van Darwin in Uruguay, hebben net die morgen een broodje gegeten op het terras van die pizzeria, vrijwel direct onder de toch vrij opvallende zwart marmeren plaquette waarop te lezen staat dat Darwin hier tijdens zijn verblijf in Maldonado logeerde…..

De precieze locatie is de Sala Charles Darwin, een apart deel in het restaurant, dat die morgen eveneens aan onze aandacht is ontsnapt. Niet zo heel gek, want er is ook niet veel te zien, behalve een stuk authentiek oude muur. Daarin bevindt zich in het voormalige raamvenster waar Darwin door naar buiten keek, een open vitrinekast met peper en zoutstelletjes. Daarnaast is een foto met de pronkstukken uit de Sala Darwin uit het museum opgehangen. Het is er rustig, met slechts een enkele gast, en we staan even stil bij de gedachte dat Darwin hier maanden heeft verbleven. Was hij hier alleen? Of kwam zijn geheime vriendin over uit Montevideo? Wat deed hij hier tijdens de avonden?

Tijdens zijn verblijf in Maldonado verzamelde Darwin vrijwel alle zoogdieren, vogels en reptielen in de omgeving, een verzameling die naar zijn zeggen ‘perfect aan het worden was’, en die onder meer negen soorten muizen, negen soorten slangen en tal van knaagdieren omvatte. Het is voor ons opvallend hoe vanzelfsprekend Darwin alle dieren die hij tegenkwam doodde, prepareerde, en terugstuurde naar Engeland. Hij had het er maar druk mee: tijdens één ochtendwandeling verzamelde hij niet minder dan 80 soorten vogels. Er zijn nu ongeveer 450 soorten, veelal schitterend gekleurde, vogels uit Uruguay beschreven, zoals de solitaire geel-blauwe Naranjero (Thraupis bonariensis), de rode in paren levende Fuegero  (Piranga flava), en de Chiripepé (Pyrrhura frontalis), een felgroene papagaai-achtige vogel, die we in groepjes langs de kant van de weg zien rondscharrelen..

Het verbaast ons dan ook niet dat het voor Darwin iets bekoorlijks had om vrij te wandelen over de eindeloze grasvlakten rond Maldonado waar hij genoot van de vele mooie vogels en planten. Een interessante door Darwin beschreven soort is de molothrus pectoris, die net als koekoek eieren in nest van andere soorten legt, en naast de koekoek volgens Darwin de enige andere soort is die dat doet. Dat is heel opvallend omdat deze dieren in alle opzichten van de koekoek verschillen. Dat geldt niet alleen de lichaamsbouw. De molothrus is zeer gesteld op gezelschap, leeft zonder vermomming of schuwheid in open vlakten, terwijl de koekoek juist heel schuw is en in afgelegen struikgewas leeft. Deze twee soorten zijn een mooi voorbeeld van parallelle evolutie: hoe in de evolutie een bepaald adaptief patroon zich meerdere keren onafhankelijk van elkaar kan ontwikkelen. We weten niet zeker of we hem gezien hebben, maar we denken, of hopen, van wel.

Via Minas naar Polanco: ruigheid, nandoes en yagara´s

De eerste reis van Darwin in Uruguay, die begon op 9 mei 1833, voerde vanaf Maldonado, via Minas naar Polanco, en wel onder een gewapend escorte van twee mannen met zwaarden en pistolen. Dat hadden wij gelukkig niet nodig, verre van dat. Wij volgen op de heenweg de terugweg van Darwin, via Pan de Azucar naar Minas. De huizen onderweg rezen volgens Darwin eenzaam uit de vlakte op, hadden geen tuin of binnenplaats, en zagen er meestal ongezellig uit. Anno 2009 is dat nog steeds het geval. Veel huizen maken de indruk van privé utiliteitsbouw: als er maar muren omheen staan en er een dak op zit; dat lijkt zo’n beetje de filosofie. Versiering, mooie kleuren, aantrekkelijke planten in een land waar vrijwel alles groeit - men lijkt er niet om te geven. In de 19e eeuw waren zelfs huizen van mensen in redelijk goede doen – met bedienden, veel grond en vee – volgens Darwin heel armoedig. Hij beschrijft een huis van iemand met een vloer van aangestampte aarde, vensters zonder glas, en een zitkamer die zich slechts kon beroepen op een paar heel ruwe stoelen en krukken, benevens een paar tafels. Tegenwoordig wonen de eigenaars van veel estancias in de luxe wijk Carrasco in Montevideo, en mede daarom zien veel huizen op dergelijke landgoederen er nog steeds niet bijzonder aantrekkelijk uit.

Las Minas – nu gewoon Minas genoemd – was nog veel kleiner dan Maldonado in Darwin’s tijd. Het bestond vooral uit een kerk, een pulperia – een soort combinatie van winkel en drankhol –, en een paar huisjes. Niettemin maakte het met zijn witgepleisterde huizen een aardige indruk op Darwin. Er is wat dat betreft niet veel veranderd. Het is nu een leuk, autentiek, redelijk omvangrijk plaatsje, met enig kleinschalig toerisme in de erom heen gelegen – bescheiden, maar fraaie – rotsachtige bergen. Het bekende mineraalwater Salus, en het alom in Uruguay aanwezige, veelal in literflessen geserveerde bier Patricia komen hier vandaan. Het centrale plein, La Plaza Libertad is een mooi, bomenrijk vierkant plein met een paar restaurantjes waar we als lunch een heerlijke parilla eten –het beste rundvlees ter wereld, op houtskool gegrild. Op de plaza is een Información Turistica in een winkel met diverse handnijverheidsproducten. Dat wil zeggen, een paar aardige meisjes zitten achter een tafel met wat folders uitgestald voor zich. We vragen daar of ze iets over Darwin weten, die daar immers gelogeerd heeft bij Don Juan Fuentes. Maar bij niemand ging enig belletje rinkelen. ‘Darwin. Quién? El famoso sabio? No le conosco’. Nooit van gehoord.

We verlaten Minas en gaan op weg naar Polanco, Darwins eindbestemming. We rijden langs de mysterieuze Cerro Arequita die wat aan Ayer’s Rock in Australië doet denken, en waar nu een kleinschalig toeristisch centrum is gevestigd. Spoedig komen we de eerste nandoe (Rhea Americana) tegen, de Zuid-Amerikaanse struisvogel, waarvan Darwin er vele zag, en waarvan wij er later ook nog talloze ontmoeten. Vlak na de Cerro Arequita wordt de weg onverhard, en rijden we uren over onverharde wegen door een veelal dor, glooiend, ongelooflijk leeg, maar boeiend landschap verder. Dit gebied wordt de Asperezas de Polanco genoemd, en was ook in Darwins tijd al bekend vanwege zijn ruigheid en droogheid. Her en der zien we groepjes bomen, schapen, en koeien. Langs veel eucalyptusbossen, rijden we verder door een woestijnachtig, bijna Mexicaans aandoend gebied. Het landschap wordt na verloop van tijd weer groener, met oorspronkelijke bomen en struiken, her en der zien we kleine cerros, wijdse vergezichten, en her en der een estancia.  

Dan komen we aan in Polanco Sur, Zuid Polanco, een grootse naam voor een rommelige verzameling huisjes, en even later zijn we dan in Polanco zelf. Althans, dat nemen we we aan, want een naambordje is niet te vinden. Je gelooft je ogen niet…. Een soort loods als kerkje, een paar huisjes, wat rond hangende mannen en jongeren die een geimproviseerd squash spel volgen als ware het de Europacup … niets te doen.

De mensen zijn niet erg toeschietelijk, maar willen wel vertellen dat het hier echt om Polanco ging. We vragen naar de arroyo, de kreek die Darwin bezocht. ´O ja´ zei een wat oudere man, een paar jaar geleden was er ook al een muchacha geweest die daarheen wilde, en ons wordt gewezen hoe we moeten gaan, linksaf. En dan staan we voor de kreek.

Wat had Darwin hier te zoeken? Woonde hier de familie van zijn geheime vriendin uit Montevideo? Was hij hier met haar op een romantisch tripje? Had hij alleen ogen voor haar? In ieder geval heeft hij niet goed op de fauna gelet. Want hij zag geen ander wild dan raven en valken. Wij zien onderweg echter niet alleen nandoes (met jongen), maar ook chagas (valkachtige roofvogels met rode bek, een voor Uruguay typische vogel), en in de kreek zelfs een yacara (kleine aligator), en uiteraard tal van andere verschillende vogels.

Na Polanco willen we via Piraraja terugkeren (de heenweg van Darwin), maar er zijn geen borden. We rijden op goed geluk verder, en vragen aan een stel in een pick up truck – de enige auto die tegenkomen – of we op de juiste weg zitten. Dat blijkt het geval te zijn, maar het is een camino muy feo, een heel slechte weg, zo vertelt de jongen met de alpinopet ons. Inderdaad is dit ongeveer de slechtste weg die we op al onze omzwervingen zijn tegengekomen, met grote keien en diepe gaten waarbij we het ergste vrezen voor de banden en schokbrekers.

We rijden Piraraja binnen, een verzameling huisjes rond een groot parkachtig plein met onder meer een speeltuintje. Er staan her en der nog een aantal mooie, zij het heel verwaarloosde koloniale huizen, en er zijn zeker zo’n vijf kleine kruidenierswinkeltjes. Gelukkig, want we zijn de uitdroging nabij, en in het eerste winkeltje bestellen we een fles water zonder prik. Nee, dat hebben ze niet. Cola Light dan? Nee, ook niet. Dan de volgende winkel maar in. Zelfde verhaal. Volgende winkel, weer hetzelfde verhaal. In de laatste winkel krijgen we evenmin wat we zoeken, maar het meisje in de winkel vraagt geinteresseerd: ‘Komen jullie uit de Verenigde Staten?’. Na ons antwoord ‘Nee we komen uit Holland’ kijkt ze ons glazig en niet begrijpend aan. Het is de eerste keer dat ze die naam hoort vallen. ‘Het ligt in Europa’, probeer ik te verduidelijken. Maar dat maakt de zaak alleen maar erger. Daar heeft ze helemaal nog nooit van gehoord. Maar het meisje heeft ook geen enkele behoefte de wereld te verkennen. Het is een heel aardig meisje, zeker, dat vol trots vertelt dat ze in zo’n mooi dorp woont. ‘Echt?’vraag ik, kennelijk lichtelijk verbijsterd. Ze ziet mijn blik, en zegt snel ´Nu ja, ik bedoel het is hier lekker rustig´. Lekker rustig! Voor Uruguyaanse begrippen is het helemaal niet rustig. Het ligt aan een drukke weg, waar zomaar een paar auto’s per uur voorbij komen. Dat is heel druk voor Uruguay, zeker  wanneer je net pakweg zo’n 100 kilometer over onverharde wegen hebt gereden waarbij je vrijwel niemand tegenkomt –  precies de ervaring die Darwin had op zijn  reis naar Minas.

Via de grote en prima weg Ruta 8 rijden we terug naar Minas, en via Ruta 12 naar Maldonado. Het is een schitterende route door een gastvrij en glooiend landschap, veel groener dan in het binnenland, met veel begroeing, met her en der mooie grote gele bloemen in de berm, langs mooie statige estancias. Alles ziet er veel welvarender uit dan in de omgeving van Polanco.

Darwin deed twee weken over deze tocht, wij een dag… Er is toch wel íets veranderd.

Pan de Azucar: gastvrijheid bij señor Pimienta

 

Op de terugweg van Minas, op 18 mei 1933, logeerde Darwin in het huis van senor Pimienta, met uitzicht op twee bekende cerros: de Cerro de las Animas en de Pan de Azucar. We hebben gehoord dat er daar een monument voor Darwin moet zijn.

Pan de Azucar is nu tevens de naam van een plaatsje, dat in Darwin´s tijd nog niet bestond. In onze verblijfplaats Piriapolis, vlakbij Pan de Azucar vragen we bij de Información Turistica gevraagd of ze weten waar het Darwin monument in of bij Pan de Azucar is. Nee, dat weten ze niet.’Maar ik zal u laten zien hoe u naar Pan de Azucar gaat, en de mensen daar zijn erg aardig, dus ze kunnen u het vast wel uitleggen”.

We rijden op de rechte weg naar Pan de Azucar. Aan de rechterhand komen we langs het Castillo de Piria, gebouwd door Francisco Piria, de stichter van Piriapolis, die van dit plaatsje een waar Zuid Europees resort wilde maken in de geest van Biarritz, iets gelukkig helemaal niet gelukt is. Links zien we de berg Pan de Azucar al oprijzen uit de vlakte. De bebouwing verdwijnt al spoedig en de weg loopt door een glooiend, ruig maar groen landschap met struiken en bomen. We rijden Pan de Azucar in, een niet onaardig, bescheiden Zuid Amerikaans plaatsje met het gebruikelijke door bomen omzoomde plaza, aan elkaar gebouwde huisjes zonder verdiepingen, waarvan sommige nog een mooi koloniaal karakter hebben. Er is een kleine markt, waar een stalletje is met vooral gecopieerde CD´s, maar ik weet er toch een paar legale CD´s met Urugayaanse muziek weet te bemachtigen. Disco es cultura, zo zeggen ze in Argentinie, en die cultuur frustreer je door illegale CD’s te kopen.

Op het plein vragen we aan een ouder echtpaar of ze wisten waar het monument van Darwin was. ‘Jazeker, daar middenop het plein, dat is het’, wordt ons verteld. Maar het standbeeld blijkt van een generaal te zijn en niets met Darwin te maken te hebben. Wij gaan de farmacia op de hoek van het plein in, waar het aardige meisje achter de toonbank ons vertelt dat we ergens linksaf moesten en vervolgens aldoor maar rechtdoor. Ana, de mevrouw van de bloemenwinkel Flores Ana (een 19e eeuwse kamer met een ouderwetse toonbank en wat vazen met niet al te verse bloemen), helpt ons verder op weg, en uiteindelijk komen we bij het oude spoorstation waar een groepje mensen onder de bomen zit. Ze lijken daar te wonen. De oudere mensen hebben nooit van Darwin gehoord, maar de jongen weet precies waar het monumento de Darwin zich bevindt. We rijden volgens zijn aanwijzingen een stukje terug, en daarna vervolgen we de weg almaar rechtdoor de brug over. En dan, voorbij een gelige fabriek en een mintgroen huis,  zien we hetgeen we zoeken.

brambuunk11_450

Een groot stuk marmer waarop in grote letters Charles Darwin staat, en te lezen staat dat hier van 18 tot 20 mei 1832 de bekende ´sabio´ en naturalista verbleef in het huis van Sebastian Pimienta. Symbool van de gastvrijheid staat er verder. Bovenop het monument bevindt zich een metalen kunstwerk in de vorm van een wiel, waar bovenop de Beagle verbeeld is. De zon staat hoog, en het is stil. Het is een prachtige locatie, met mooie groene vergezichten. Wanneer  je daar staat en de cerros van Pan de Azucar en de Cerro de las Animas ziet liggen, kun je je voorstellen dat Darwin die bergen wilde verkennen. De Pan de Azucar is van boven ruig en rotsachtig, en daaronder begroeid met pijnbomen, maar de Cerro de Las Animas, die door Darwin is beklommen, is glooiend groen.

Later horen we dat de nazaat van Sebastian Pimienta een hotelletje in Pan de Azucar heeft, op een hoek van de plaza. We rijden rond en rond, maar kunnen het niet vinden. Pas wanneer we, de andere mogelijkheden uitschakelend, concluderen dat het wel op deze hoek moet zijn, zien we opeens in de zijstraat van het plein, de Calle de Lavalleja, nummer 606, op de muur een schildering van de Beagle. Hoewel er nergens staat dat het een hotel is, drukken we de deur open, en gaan we naar binnen. ‘We zijn vol’, zei de mevrouw die aan komt lopen. ‘Maar daar komen we niet voor, wij zoeken el señor Pimienta’, antwoorden wij. ‘Wacht u even’, zegt zij  vriendelijk, en we worden naar buiten naar een andere ingang geleid waar na korte tijd een vriendelijke oudere man verschijnt. ‘Bent u  señor Pimienta’. ‘Dat ben ik’. Het is Wilson Pimienta, de zevende generatie sinds Darwin. Er komen niet veel mensen vanwege Darwin, maar het worden er wel meer. Vervolgens  praten we een tijd over Darwin, en hij vertelt ons over zijn broer die geschiedenis leraar was, en over José Joaquin Figueira, die de originele brieven van Darwin had onderzocht. Een bijzondere ontmoeting met een man die dezelfde gastvrijheid ten toon spreidt als zijn voorvader. Want waar kun je nog overnachten voor € 6,50 per nacht?

Cufré: ‘The postman always rings twice’

Op zijn tweede trip in Uruguay, vanaf Montevideo richting Mercedes, die begon op 14 november 1833, sliep Darwin de eerste nacht in het huis van zijn gids in Canelones. We komen er op een zondag aan, en treffen een onbedorven, slaperig Latijns Amerikaans stadje aan, met de karakteristieke lage koloniale huizen, en het rechthoekige stratenplan. Afgezien van wat reclameborden en her en der wat stukjes beton, lijkt er weinig veranderd sinds Darwin hier was. Opvallend lege straten met nauwelijks auto’s, behalve een paar taxi’s,  Latijns Amerikaanse muziek die klinkt uit de luidsprekers in het restaurantje op de hoek van het plein waar we ontbijten met een stukje pizza en koffie.

We rijden vanuit Canelones door een lichtglooiend landschap, met wat wijngaarden en veel ruige grond. We steken de rivieren Canelones, Santa Lucia en San José over die Darwin met bootjes moest oversteken omdat de rivieren buiten de oevers waren getreden. Normaal doorwaadde men die rivieren te paard. Gelukkig zijn er vandaag de dag bruggen! Her en der rijden gaucho´s in de berm van de weg. Bij de Santa Lucia ligt een park voor picknick en ontspanning. Er zijn veel mooie rivierstrandjes, waar zich wat badgasten verpozen, maar druk is het nergens. Eind 19e, begin 20e eeuw was dit wel één van de geprefereerde badplaatsen van de hoge klasse van Montevideo.

Darwin drukte zijn verbazing uit over het gebrek aan geografische kennis bij de bevolking in Uruguay. Sommige mensen dachten dat Engeland, Londen en Noord Amerika verschillende namen waren voor hetzelfde land. Wie beter op de hoogte was dacht dat Engeland de hoofdstad van Londen was. We vragen ons af hoe het nu met de geografische kennis in Uruguay is gesteld wanneer wij in een wijk in Santa Lucia naast straten met namen als Paraguay, Republica de Argentina en Brazil, ook een straat met de naam Amsterdam aantreffen. Kennelijk denkt men dat dit ook een land is, want geen enkele andere straat in de buurt draagt de naam van een hoofdstad.


 

In de buurt naar San José komen we voor het eerst veel graanvelden tegen, met een aantal mooie welvarende estancias, maar verderop zien we overal rommelige uitdragerijen met de meest uiteenlopende spullen, zoals deuren, meubels en autowrakken. Ook hier veel verwaarloosde huizen, waaronder de typisch witte Uruguayaanse huisjes met een schuin rieten dak die, mits opgeknapt, in Giethoorn of op Ameland niet zouden misstaan.

We willen naar Cufré, waar Darwin de volgende nacht en dag verbleef. Omdat de Rio Rosario buiten zijn oevers was getreden, kwam de postbode een dag te laat. Dat wordt nu beschouwd als een unieke historische observatie, omdat toen alle postverkeer via de postkoets ging. Heel erg kon de vertraging niet geweest zijn, want de bagage bestond uit twee brieven. Maar dat er toendertijd ijs en weder dienende de post bezorgd werd op zo´n afgelegen locatie, is wel bijzonder.

Wij zien nergens borden, maar we gaan een stukje voor de Estancia Paullier rechts omdat daar volgens de kaart de afslag moet zijn. Langs een enkele boerderij en wat passerende gaucho’s, rijden we almaar verder door een geleidelijk ruiger en rotsachtiger wordend landschap met een lage begroeiing en veel vogels. Afgezien van de vele elektriciteitspalen met vogelnesten, moet het er nog net zo zijn als in Darwins tijd; mooi, wild, en groen. De afslag kunnen we niet vinden, maar na bij een rood boerderijtje de weg gevraagd te hebben, zien we het bord Cufré Planta Urbana, en rijden we uiteindelijk Cufré binnen, een lintdorp langs het spoor, redelijk welvarend, met aardige huisjes, een paar winkels, een pedicure, een Apostolische kerk, een benzinestation, een zaak voor landbouwwerktuigen, het Instituto Technologico de Uruguay, en een politiekantoor. Net als Darwin vinden we het uitzicht over het verre golvende landschap aangenaam.

Het is er rustig, erg rustig. We zijn de enige gasten in bar El Pato, mooi simpel kwa inrichting, met een ruwe vloer, een paar ruw houten tafeltjes, een oranje geverfde lambrizering, een terra plafond, en een prachtige klassieke, houten, blauwgeverfde koelkast zoals ik die nog ken uit mijn jeugd. Niet meer dan 400 inwoners heeft het plaatsje, zo vertelt de jongen achter de bar ons. Maar van Darwin heeft hij nooit gehoord. Gezien Darwins observatie zijn we benieuwd naar de huidige staat van postbezorging. Er is, zo vertelt de jongen ons, nog steeds geen postkantoor. Maar is er wel een mevrouw bij wie je de post kunt brengen, en die de post weer meebrengt. Ze zal niet meer te paard gaan, maar verder is er wat dit betreft kennelijk weinig veranderd sinds Darwin hier was.

We nemen allebei een drankje. Samen kosten de drankjes 40 pesos, ongeveer € 1,30. We geven 50 pesos, en zeggen: laat maar zitten por la información. Maar in plaats van ons als toeristen een hogere prijs in rekening te brengen, weigert hij zelfs deze bescheiden fooi aan te nemen, misschien omdat hij ons niet de drankjes kon leveren waarom we oorspronkelijk gevraagd hadden. En ook dat is Uruguay.

Punta Gorda: het hoekje van Darwin

 

Onze tocht voert verder naar het departement Colonia en we komen door Nueva Helvecia, het welvarende Nieuw Zwitserland, met veel villa’s, tuinen, en kleinschalig toerisme. Wat later rijden we het stadje Colonia binnen, een mooi en gezellig historisch plaatsje, gesticht door de Portugezen als tegenhanger voor Buenos Aires, maar nu zeer in trek bij porteños, inwoners van Buenos Aires, dat hier slechts een uur per boot vandaan ligt. In de tijd van Darwin was Colonia nog ommuurd, en Darwin was hier te gast bij een estanciero die ook het hoofd van de politie was. Wij hebben gehoord dat ook hier een monument voor Darwin moet zijn. Maar de naam Darwin blijkt volkomen onbekend bij de Información Turistica. Heel toevallig ontdekken we in een Spaanstalige toeristengids dat het monument zich niet in de stad bevindt, maar in het departement Colonia, in Punta Gorda, een heel stuk naar het noorden.

brambuunk41

 

We rijden weer door een glooiend en lieflijk landschap met grote welvarende estancias, weiden met koeien, wijngaarden, en wuivend graan. De zon staat laag. We zien resten van een grote bosbrand, we zien mooie rood, bruin en blauw geverfde huizen op de vlakte, en we zien aluminium graancontainers oprijzen uit het landschap. Op een gegeven moment duikt links de indrukwekkende, brede Rio Uruguay op. Dan volgt eindelijk de aankondiging Punta Gorda. Het is een prachtige, romantische locatie, op een klif met veel bomen en wat zomerhuizen, en met een hotel Parador Punta Gorda, dat nog helemaal de sfeer van de jaren vijftig ademt. Nu, in het hoogseizoen, zijn er maar een paar gasten. We krijgen een kamer met uitzicht op de immens brede watermassa van de Uruguay rivier, die we net zo indrukwekkend vinden als Darwin dat deed. We vragen aan de eigenaar of hij weet waar het monument voor Darwin is, en tot onze verrassing zitten we daar zo’n beetje bovenop We hoeven alleen maar langs het zwembad over een stenen trap een stukje naar beneden te lopen in de richting van de rivier.

En dan staan we voor het Darwin monument, met als opschrift. El rincon de Darwin. Visitado por el sabio en 1833. Het hoekje van Darwin. Bezocht door de geleerde in 1833. Hij zag hier een formatie van rode klei met hier en daar wat mergel, overdekt met lagen van afzettingen van een zee met grote uitgestorven oesters en andere zeeschelpen. We bekijken de lagen, en zien vervolgens op ons balkon de zon op spectaculaire wijze ondergaan boven een bebost Argentinië aan de overzijde. Wanneer we geen teken waarnemen van menselijke aanwezigheid, zelfs geen schip of bootje kunnen bespeuren, realiseren we ons dat wij ook hier de tijd sinds Darwin bijna heeft stilgestaan.

’s Morgens heerst er een zo mogelijk nog serenere rust, het water kabbelt een beetje, en het is bijna windstil. Het water is ‘s morgens bruiner dan ’s avonds, en heeft, net als Darwin beschreef, twee kleuren, het voorste deel is lichter omdat het vanwege de kliffen ondieper is, het achterste deel is dieper en daarom donkerder. Beneden aan de rivier staan wat uiterst primitieve huisjes van mensen die daar kennelijk van de visvangst leven. We nemen met moeite afscheid van deze bijzondere plek.

Villa Darwin: het uitsterven van de toxodon en het Europese ras

 

De volgende dag willen we naar het dorpje Las Vacas, nu deel van Vivoras y Vacas, de plek waar Darwin overnachtte in het huis van een Noord-Amerikaan voor hij naar Punta Gorda ging. In Carmelo, een mooie koloniaal plaatsje met veel goed verzorgde koloniale huizen, vragen we de weg. Het is, zo legt de man van het benzinestation ons uit, het is muy complicado daar te komen. Maar hij doet zijn uiterste best met een oneindige reeks van links afs en rechtsafs. Als hij mijn verwarde blik ziet, vraagt hij: ‘Maar wat wilt u daar eigenlijk gaan doen?’’Het plaatsje bekijken’, antwoord ik. Nu is het zijn beurt om in verwarring te raken. ‘Maar er is daar helemaal niets’. Dus beperken we ons tot een blik op de Rio de las Vacas, wetende dat Darwin aan die rivier de nacht heeft doorgebracht, een rivier die er niet anders uitziet dan de andere rivieren in Uruguay

We rijden door naar Mercedes, gelegen in een mooie groene omgeving. In 1828 woonden hier slechts 170 families, en kwamen er veel vluchtelingen uit Argentinië vanwege het bewind van de dictator Rosas, met wie Darwin ook contact heeft gehad. Het was hier dat Darwin aan twee mannen vroeg waarom ze niet werkten. De één zei in alle ernst dat de dagen te lang waren, de ander dat hij te arm was. Wanneer we bij een benzinepomp weer eens een groep mannen zien rondhangen zonder kennelijk iets te doen te hebben, vraag ik aan de pompbediende of die mannen niet werkten. Hij moet even nadenken. ‘Nee, vanwege de droogte niet’, zo vertelt hij, zichtbaar blij dat hij een verklaring heeft. Waren we in de winter gekomen, dan had hij waarschijnlijk de kou als reden gegeven. Ondanks de niet altijd even grote arbeidsmotivatie, lijkt het Mercedes economisch voor de wind te gaan. Want behalve de koloniale laagbouw in sfeervolle straten met kinderkopjes, liggen er ook prachtige luxe villas aan de brede boulevard die langs de Rio Negro loopt. De sfeer is ontspannen, met veel mensen die van de zomer genieten op de strandjes langs in de rivier.

Darwin verbleef hier op een grote estancia, waar de mensen verwonderd waren dat de aarde rond was, maar bovenal ook graag van Darwin wilden weten of hij ook vond dat de vrouwen in Buenos Aires de mooiste ter wereld waren. Door zijn bevestigende reactie, mocht hij het bed van de gastheer nemen, die zelf op een bank ging slapen.

We willen naar het plaatsje Villa Darwin, dat echter op bijna geen enkele kaart staat. Gelukkig hadden enkele kennissen aangegeven waar het ongeveer moest liggen. Met meer geluk dan wijsheid belanden we vanaf Mercedes op de juiste ruta. We steken de Arroyo (kreek) Bequelo over, waar Darwin verbleef als gast van een Engelsman. Langs de weg, in de berm, hoeden drie gauchos een kudde koeien. Na zoeken en rondvragen zien we links van de weg, op de zijmuur van een bushalte, in groene letters geschilderd: Villa Darwin. Over een onverharde weg met veel koeien en gauchos, en veel drukke, fraaie groene papagaaitjes, ligt het daar opeens voor ons, aangekondigd door een bord waarop met nauwelijks leesbare rode letters, onder een waarschuwing niet harder te rijden dan 25 km,´V. Darwin´ is aangegeven. Het woord Darwin kon niet over de hele breedte, en loopt daarom een beetje rechts omhoog.

brambuunk51_450

We zien een paar authentieke kleine witte huisjes met rieten daken, een politiepost, een school, en een panaderia (bakker). Er is zelfs een speeltuintje, en een voetbalclub Sacachispas. Een man met duidelijk gemuteerde benen loopt met een fles bier langs de weg.

 We vragen aan een meisje voor het politiebureau of ze iets over Darwin weet. ‘ O, u wilt het monument fotograferen? Dan moet u naar de Estancia Porteña om een permiso te krijgen’. We hebben geluk: wanneer we het terrein van de estancia oprijden, komt de eigenaar er net op een quad aanrijden. Normaliter geeft hij geen toestemming om haar het monument te gaan dat op zijn terrein ligt, zo vertelde hij later, omdat mensen dan weliswaar zeggen dat ze voor het monument komen, maar vervolgens op de herten gaan jagen. Maar ons is hij welgezind. De tocht voert eerst over een ruig terrein, een echte wildernis. We voelen de distels en andere struiken onder tegen de huurauto aan klepperen. We komen op de Perrico Flaco, de plek waar Darwin voor 18 pence van een paar jongens de schedel van de toxodon kocht, een groot uitgestorven hoefdier dat niet elders in de wereld voorkwam. Dit was een van de dieren Darwin op het idee brachten van de onafhankelijke ontwikkeling van soorten in geografisch geisoleerde gebieden. We kijken op de klif waar Darwin zoveel belangrijke geologische observaties deed en tal van fossielen vond, en kijken neer op de Rio Negro, een indrukwekkende, snel stromende watermassa door een glooiend bebost terrein zonder teken van menselijke aanwezigheid. We vinden de rivier net zo pittoresk als Darwin dat vond. Na een volgende rit staan we dan zelf op klif bij het monument, een obelisk met de letters ´Darwin´ erop, die in 1932-33 gemaakt was ter gelegenheid van het feit dat het een eeuw geleden was dat Darwin daar zijn bevindingen deed. We zien een paar schroeven zitten, waarmee de koperen plaquette met informatie over het monument ooit was bevestigd. Maar die plaquette is nu in het bezit van een mevrouw in het dorp, zo wordt ons verteld.

De eigenaar van de estancia, ing. Javier Defferrari, is erg geïnteresseerd in de evolutietheorie, en heeft veel fossielen in huis. De discussie krijgt een onverwachte wending wanneer hij vertelt hij ons dat hij zich als evolutionist zorgen maakt over het uitsterven van het Europese ras omdat mensen er zo weinig kinderen krijgen. We weten niet goed wat te zeggen, omdat we ons realiseren dat Darwin er, met zijn licht eugenetische ideeën, waarschijnlijk net zo over gedacht zou hebben ...

Tot besluit

Op de terugweg begeeft de auto het. De accu is helemaal leeg, midden in de nacht, op een onverharde weg, in el medio de la nada, in het midden van het niets. We staan in de wildernis, een beschermd natuurgebied, waar een heerlijke warme wind om ons heen waait. Een bord roept op de beschermde diersoorten te respecteren. In tientallen kilometers in de omtrek woont er niemand. Er is geen ander teken van leven dan een orillo (een stinkdier) die de weg oversteekt, of een haas die wegvlucht. Mijn mobiel heeft onvoldoende bereik. We hebben geluk dat er een paar vrachtauto´s langskomen, volgeladen met koeien. De chauffeurs bellen een garage, en een paar uur later wordt onze auto opgehaald, en arriveren we na een lange rit in Trinidad. ´Ja, er is altijd wel plaats in de hotels´, zegt de chauffeur van de truck die ons vervoert, een heel aardige jongen die nog geen achttien lijkt. ´Wilt u een goedkoop of een duur hotel?´. ´In ieder geval een goed hotel´, zeg ik. ´Nou dat kan wel heel duur zijn, zeker zo´n 1000 pesos’ (zo´n € 32, –), hoor ik hem zeggen. Dat hebben we wel over voor de laatste nacht van onze trip…

Zelfs, of misschien wel juist, deze onverwachte ervaring hadden we niet willen missen. Wij hebben genoten van onze tocht op zoek naar de sporen van Darwin. Al gingen wij per auto, wij hebben het gevoel toch in Darwins voetsporen te zijn getreden, of liever in de hoefsporen van de paarden waarop hij zijn tocht maakte. Veel wegen waren geschikter voor paarden dan voor auto’s. Maar veel van wat Darwin zag, zagen wij nog precies zo. Wat ons vooral is opgevallen is de leegheid en uitgestrektheid van het Uruguayaanse binnenland, de vriendelijkheid en hulpvaardigheid van de bewoners, de nostalgische uitstraling van veel plaatsjes, en de nog steeds grote rijkdom aan soorten. Daarbij heeft ons bovenal gefrappeerd hoezeer het Uruguay van Darwin nog het Uruguay van nu is. De kust en Montevideo zijn duidelijk veel meer ontwikkeld dan in Darwins tijd, maar in het binnenland lijkt de tijd vaak te hebben stilgestaan.

Darwin sprak over de zeer algemene tolerantie tegenover vreemde godsdiensten, het respect voor scholing, de persvrijheid, de faciliteiten die men aan buitenlanders biedt, ‘en met name, zo moet ik daaraan toevoegen, aan ieder die ook maar de geringste aanspraak op wetenschap maakt, dat alles moet in dankbaarheid worden overwogen door een ieder die Zuid-Amerika heeft bezocht’. Dat geldt, zo hebben wij gemerkt, vooral voor Uruguay, en ook in dit opzicht is er sinds Darwins tijd niets veranderd.

 

Dankbetuiging

Ik wil allereerst en bovenal mijn vrouw Yvonne bedanken met wie ik deze ontdekkingsreis maakte. Daarnaast gaat mijn dank uit naar Gert Jan Mulder, Beatriz Raquel Gonzalez Neves, Jean de Beauvois, Gabriela Parodi, Niek Boot, en alle andere mensen uit Uruguay die ons op alle mogelijke manieren hebben geholpen deze tochten te maken.

Literatuur

 

Darwin, C. (1939). Voyage of the Beagle. London: Colburn.

Parodiz, J.J. (1981). Darwin in the New World. Leiden: Brill.

Rocha, G. (2008). Aves del Uruguay: El païs de los pájaros pintados (1,2,3). Montevideo: Banda Oriental.